Veelgestelde vragen

 

Waar komen de windmolens?
De molens staan gepland voor het gebied Koningspleij Noord en Industriepark Kleefse Waard.


Hoe zijn de locaties van de windmolens gekozen?
De locatie Koningspleij Noord is in een eerste verkenning door de gemeente als voorkeurslocatie bestempeld. In een detailonderzoek zijn verschillende opties bekeken en onderzocht. De nu gekozen locatie sluiten het beste aan. Hierbij is rekening gehouden met de vele wetten en regels die hiervoor gelden en de effecten op de omgeving.

 

Hoe hoog zijn de windturbines?
De precieze afmetingen zijn nog niet bekend, omdat er nog geen keuze is gemaakt tussen de verschillende types turbines die er beschikbaar zijn. Deze keuze voor een type turbine wordt altijd later gemaakt.
Wel is al bekend hoe hoog de windturbines minimaal en maximaal worden. De ashoogte wordt minimaal 98 meter en maximaal 120 meter. De rotordiameter wordt minimaal 100 meter en maximaal 120 meter. De tiphoogte (het bovenste puntje als de wiek recht overeind staat) is hierdoor minimaal 148 meter en maximaal 180 meter. De lengte van een wiek is namelijk altijd de helft van de rotordiameter.
Deze minimale en maximale afmetingen liggen vast in de verleende omgevingsvergunning voor het windpark.

 

Wanneer worden de windmolens geplaatst?
Het streven is om eind 2018 de eerste energie aan het net te leveren.

 

Hoeveel windmolens worden in het gebied geplaatst?
Er is binnen het plangebied ruimte voor vier windmolens. Drie van deze windmolens zijn een burgerinitiatief en zullen deels gefinancierd worden door de uitgifte van windaandelen.  De vierde molen zal de energie opwekken voor Industriepark Kleefse Waard (IPKW).

 

Hoeveel energie wekken de windmolens op?
Een moderne windturbine heeft veelal een geïnstalleerd vermogen van circa 3 MW (3.000 kW). Dit is het zogenaamde nominaal vermogen dat de windturbine levert op het moment dat de wind op een bepaalde snelheid is. Onder deze windsnelheid levert de windturbine een lager vermogen.

Een windmolen van 3 MW produceert per jaar ongeveer 6.000.000 tot 7.500.000 kWh aan elektriciteit. Met één zo’n turbine wordt genoeg energie opgewekt voor 1.800 tot 2.200 huishoudens (uitgaande van een elektriciteitsverbruik van 3.500 kWh per huishouden).

De opbrengst van een windturbine hangt af van een aantal factoren:

  • Het rotoroppervlak: hoe groter de rotorbladen, des te groter het oppervlak en hoe meer wind er wordt omgezet in elektriciteit
  • De hoogte van de turbine: op grotere hoogte waait het harder en is de windstroom minder turbulent
  • De locatie van de turbine: dichter bij zee waait het harder dan in het binnenland (en in de buurt van steden)
  • De tijdsduur dat de turbine draait: een windmolen levert elektriciteit vanaf windkracht 2 en bereikt zijn maximale productievermogen bij windkracht 6. Boven windkracht 10 wordt de turbine uitgeschakeld.

Met vier windmolens in Arnhem kan naar verwachting ongeveer 29.000.000 kWh per jaar aan lokale en schone elektriciteit worden geproduceerd. Deze productie staat gelijk aan het verbruik van circa 8.200 huishoudens.

 

Wat levert een windmolen op in financiële zin?
De opbrengst van een windmolen wordt bepaald door de verkoop van de opgewekte elektriciteit en de kosten voor de investering en exploitatie van de windmolens. De prijs van een kWh wordt bepaald door de marktprijs voor elektriciteit en eventueel aangevuld met subsidie (Stimulering Duurzame Energie, SDE) van het ministerie van Economische Zaken.

Het Nederlandse subsidiestelsel is erop gericht een voorspelbare vergoeding te bieden zodat voor de ondernemers in windenergie zicht is op een haalbare business case. Er wordt derhalve een vergoeding per kWh vastgesteld die ondernemers als uitgangspunt kunnen aanhouden en waarbij een rendabele investering mogelijk is. Voor wind op land ligt dit in de ordegrootte van 7 tot 10 eurocent/kWh (afhankelijk van de locatie).

De hoogte van de subsidie in die vergoeding is afhankelijk van de marktprijs. Stijgt de marktprijs van elektriciteit, dan daalt de subsidiebijdrage en vice versa. Onder een minimum marktprijs compenseert de subsidie echter niet meer. Als de marktprijs hoger is dan de vastgestelde vergoeding wordt geen subsidie meer verstrekt. Op dit moment ligt de marktprijs onder de opbrengst (de vastgestelde vergoeding) die vereist is om een rendabele investering te kunnen doen en wordt derhalve subsidie verstrekt. De financiële baten zijn afhankelijk van de gekozen windturbine – aangezien verschillende types tot verschillende productieopbrengsten leiden-, de investeringskosten en de financieringsvoorwaarden (bijvoorbeeld de hoogte van de rente).

 

Hoe lang moeten windmolens staan om rendabel te zijn?
Windturbines hebben een minimale technische levensduur van 20 jaar. In de business case voor windparken wordt uitgegaan van een minimale operationele periode van 15 jaar. De financiële rentabiliteit is afhankelijk van de kosten voor de ontwikkeling en exploitatie en de opbrengsten uit de verkoop van elektriciteit. Deze kosten en opbrengsten zijn nu nog niet bekend. Wat betreft de energiebalans van een windturbine geldt dat deze binnen 3 tot 6 maanden (afhankelijk van het windaanbod op de locatie) alle energie heeft geproduceerd welke nodig is voor de bouw, het plaatsen, het aansluiten, 20 jaar onderhouden en het ontmantelen van de turbine. Lees hier meer (http://www.windenergie-nieuws.nl/begrippen/).

 

Welke procedure wordt er gevolgd?
Er is toestemming van de gemeente Arnhem om het plan voor Windpark Koningspleij verder uit te werken. Dat betekent dat de initiatiefnemers aan de gemeente vragen om het bestemmingsplan aan te passen, zodat de bouw van het windpark op de beoogde plek mogelijk wordt. Ook vragen de initiatiefnemers omgevingsvergunningen aan, zodat de windmolens echt kunnen worden gebouwd. De gemeente beoordeelt deze verzoeken en bepaalt of er toestemming kan worden gegeven.

Een bestemmingsplan wijzigen kan niet zomaar. Voor dit windpark is er een Milieueffectrapport (MER) opgesteld. Daarin staan de effecten van de beoogde vier windmolens op de omgeving. Dan gaat het onder meer over het geluid en de slagschaduw van de windmolens.

Het MER is het fundament onder het aangepaste bestemmingsplan: zo wordt duidelijk waar en onder welke voorwaarden windmolens mogelijk zijn. De gemeenteraad van Arnhem besloot op 19 december 2016 de coördinatieregeling toe te passen. Dit betekent dat het ontwerp-bestemmingsplan, MER en ontwerp-omgevingsvergunning in één keer en tegelijkertijd worden behandeld. Dan is alle informatie over het windpark en de effecten daarvan in één keer voor iedereen beschikbaar.

Eerst worden het ontwerp-bestemmingsplan, het MER en de ontwerp-omgevingsvergunningen ter inzage gelegd. Dat is op 20 maart 2017 gebeurd. Meer informatie staat hier op de website van de gemeente Arnhem. Iedereen kan deze informatie lezen en erop reageren. Die reacties (officiële term: zienswijze) moeten aan de gemeente Arnhem worden gestuurd. De gemeente Arnhem voorziet al deze reacties van een antwoord. Dan wordt ook duidelijk of er nog iets moet worden aangepast. Daarna wordt de gemeenteraad gevraagd om het bestemmingsplan vast te stellen.

Als ook de gemeenteraad toestemming geeft voor het windpark en er zijn mensen die het daar niet mee eens zijn, kunnen zij beroep aantekenen bij de Raad van State.

 

Welke besluitvorming heeft al plaatsgevonden over het windpark?
De gemeenteraad stemde in 2013 in met het faciliteren van een proces om de haalbaarheid van een aantal windmolens binnen de gemeentegrenzen van Arnhem te onderzoeken. In het nieuwe coalitieakkoord van 30 april 2014 ‘Met de stad’ wordt ruimte gegeven aan windmolens. In november 2014 nam de provincie Gelderland het gebied bij Koningspleij op in de provinciale windvisie. Er zijn allerlei onderzoeken gedaan om duidelijk te krijgen wat de effecten van de windmolens op deze plek zijn. De gemeenteraad van Arnhem heeft in december 2016 een coördinatiebesluit genomen. Hierdoor kunnen het ontwerp-bestemmingsplan, de MER en ontwerpvergunningen in één keer worden behandeld.
Op 20 maart 2017 is het ontwerp-bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. In juli of september neemt de gemeenteraad definitief een besluit over Windpark Koningspleij. Op maandag 10 juli 2017 heeft de gemeenteraad van Arnhem ingestemd met het bestemmingsplan voor Windpark Koningspleij. Kort hierna is door de gemeente ook de omgevingsvergunning voor het windpark verleend. Vanaf 2 augustus 2017 tot en met 12 september 2017 liggen het vastgestelde bestemmingsplan en de verleende omgevingsvergunning opnieuw ter inzage.

 

Hoe verloopt de procedure voor deze besluitvorming?
In juli 2015 begon het natuuronderzoek. Dit onderzoek is nodig als input voor het opstellen van de milieueffectrapportage (de MER). De MER levert de informatie die nodig is om de besluiten te kunnen voorbereiden. Op grond van de informatie uit de MER wordt een bestemmingsplan voorbereid voor de vier windmolens in Arnhem.

Er komt een ontwerp-bestemmingsplan. Dit is op 20 maart 2017 voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Iedereen kan hier kennis van nemen en een reactie op geven. Om iedereen de kans te geven deze informatie goed tot zich te nemen, werden er vier informatiemarkten gehouden hierover op 29 en 30 maart en op 3 en 4 april.

De reacties worden meegenomen bij het opmaken van het definitieve bestemmingsplan. Dat wordt wederom zes weken ter inzage wordt gelegd. Tegelijkertijd worden de ontwerpbesluiten voor de relevante vergunningen (met name de omgevingsvergunning) ter inzage gelegd. Op ontwerpbesluiten kunnen zienswijzen worden ingediend. De MER wordt tevens bij de ontwerpbesluiten ter inzage gelegd en ook hier kan op worden gereageerd.

Naar aanleiding van de zienswijzen worden de definitieve besluiten opgesteld en ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Bij het vaststellen van de besluiten worden de zienswijzen betrokken. De definitieve besluiten worden ter inzage gelegd en hier kan beroep tegen worden ingesteld. Beroepen worden behandeld door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag. De start van de procedures worden tijdig aangekondigd op de gemeentelijke informatiepagina, de gemeentelijke website, de Staatscourant en het lokale weekblad.

 

Wat is een MER?
De Milieueffectrapportage brengt de milieugevolgen van een voornemen in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. Zo kan de overheid de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken.

 

Waarom een MER?
Het doel van milieueffectrapportage is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

 

Wat is een MER-procedure?
Er is een beperkte en een uitgebreide MER-procedure. Welke procedure van toepassing is, hangt af van het project. Meer info vind je via www.commissiemer.nl

MER: wet en regelgeving
MER is gebaseerd op Europese regelgeving. Er is een richtlijn voor project-m.e.r. en een richtlijn voor plan-m.e.r. (SMB). In Nederland is m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in de uitvoeringswetgeving in de vorm van een Amvb (het Besluit m.e.r.). Inmiddels heeft ook andere wetgeving invloed op m.e.r., zoals de Crisis- en herstelwet (Chw).

 

Ontwerp Definitieve besluiten: Hoe weet ik wanneer ik kan reageren op ontwerp besluiten of besluiten?
De start van de procedures worden tijdig aangekondigd op de gemeentelijke informatiepagina, de gemeentelijke website, de Staatscourant en het lokale weekblad.

 

Als ik participeer in het windpark mag ik dan nog bezwaar maken tegen de plannen?
Het maken van bezwaar tegen een windpark wordt niet gehinderd bij het participeren in een windpark. Het criterium voor bezwaar, beroep en hoger beroep is het hebben van een belang. Het in de nabijheid wonen van een windpark is onder meer een reden om belanghebbende te zijn.

 

Beleidskader ‘Waarom windenergie’
Op mondiaal, nationaal, provinciaal en lokaal niveau zijn doelstellingen geformuleerd ten aanzien van de opwekking van duurzame energie. De achtergrond hiervan is dat daarmee:

  • het verbranden van fossiele brandstoffen wordt beperkt, omdat hierbij broeikasgassen vrijkomen die bijdragen aan klimaatverandering.
  • de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen afneemt, aangezien deze bronnen eindig zijn en veelal tot afhankelijkheid leiden van onder meer politiek instabiele regio’s waar deze energiebronnen zich voornamelijk bevinden. Windenergie is één van de bronnen van duurzame energie die beschikbaar is, naast bijvoorbeeld zon, geothermie en waterkracht. Voor Nederland is windenergie één van de meest kosteneffectieve vormen van duurzame energie vanwege de aanwezigheid van veel wind.

 

Wat is het rijksbeleid ten aanzien van windenergie?
De rijksoverheid heeft een doelstelling van 6.000 MW windenergie op land in 2020 en werkt daarnaast aan het realiseren van nog eens 6.000 MW op zee. Op land staat er in Nederland nu ongeveer 2.500 MW en op zee bijna 250 MW.

 

Gevolgen windmolens voor de omgeving

 

Hoeveel geluid maakt een windmolen en hoe wordt dit bepaald?
Windmolens zijn de helft van de tijd nauwelijks hoorbaar. Als het zacht waait, staat de windmolen nagenoeg stil en maakt hij (bijna) geen geluid. Als het hard waait, neemt het achtergrondgeluid (van bijvoorbeeld wegen en blaadjes aan de bomen) sterk toe en wordt de turbine daardoor overstemd.

Bij windkracht 3 tot 6 is de windmolen in de meeste gevallen wel hoorbaar. Het aerodynamische geluid van de rotorbladen die draaien in de wind is dan hoorbaar. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van geluidsarme windmolens. Dit is bereikt door betere geluidsisolatie, verlaging van het toerental en een verbeterd ontwerp van de rotorbladen.

Om geluidsoverlast voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden is regelgeving opgesteld. Als grens voor het geluid van windmolens is een jaargemiddelde waarde van maximaal 47 dB Lden vastgelegd. Deze waarde geldt op de gevel van geluidsgevoelige objecten, zoals woningen.

Geluid is één van de milieuaspecten waarvoor de effecten van het windpark in de ruimtelijke procedure in beeld worden gebracht. Dit gebeurt door een zogenaamd akoestisch onderzoek. Op basis van een wettelijk voorgeschreven model wordt het geluid naar de omgeving berekend, rekening houdend met het geluid dat de windmolen produceert (het bronvermogen) en de specifieke eigenschappen van de omgeving.

 

Veroorzaken de windmolens ook slagschaduw?
Als de zon laag staat (in de ochtend en de avond) kan er korte tijd schaduw op woningen vallen. Doordat wieken van windmolens draaien, kan dit hinderlijk zijn voor de bewoners. Daarom is in de omgevingsvergunning voor het windpark de norm gesteld dat een woning maximaal 6 uur per jaar mag worden geraakt door de slagschaduw. Om de overlast te beperken worden moderne windmolens zo geprogrammeerd dat de wieken automatisch kunnen stoppen met draaien op momenten dat woningen (te vaak) door de slagschaduw geraakt worden. Voor elke woning wordt hiervoor informatie opgeslagen in een soort tijdsklok, met berekeningen uitgaand van de stand van de zon, jaarrond. Een lichtintensiteitsmeter op de molen laat zien of er daadwerkelijk schaduw is.

 

Wat is het effect van windmolens op vogels en vleermuizen?
Vogels hebben zo hun eigen verblijf-, voedsel en broedgebieden en windmolens kunnen daarin een storende factor zijn. Vogels kunnen immers, afhankelijk van het gedrag van de specifieke soort in aanvaring komen met de windmolens. Het kost hen meer tijd en energie om uit te wijken voor de windmolens, en vogels kunnen het park sowieso willen mijden.

Om de effecten voor vogels te beperken, zijn beschermende bepalingen van kracht. Deze regels zijn onder andere vastgelegd in de Flora- en faunawet en in de Natuurbeschermingswet. Vleermuizen leven vooral in bossen en minder vaak in het open veld. Als er vleermuizen voorkomen in een gebied dat is aangemerkt voor de realisatie van een windmolenpark, moet worden gekeken of er mogelijk effecten zijn op de vleermuizen. Daarvoor kan een Natuurbeschermingswetvergunning en/of een Flora- en Faunawetontheffing nodig zijn.

Windmolens kunnen tot slachtoffers leiden onder vleermuizen. Dit is afhankelijk van het gedrag van de specifieke soorten. Omdat vleermuizen een winterslaap houden en met name actief zijn in de schemering als het niet hard waait, zijn over het algemeen de effecten op vleermuizen beperkt.

 

Zijn windmolens gevaarlijk voor de gezondheid?
Mensen die dichtbij windturbines wonen, kunnen hinder ondervinden van het geluid of de slagschaduw van windturbines. Sommige mensen ervaren hinder (zoals irritatie, boosheid en onbehagen) als zij het gevoel hebben dat hun omgevingskwaliteit verslechtert door de plaatsing van windturbines. Er is geen bewijs voor directe gezondheidseffecten.

Voor windparken is de normering voor geluid geregeld in het Activiteitenbesluit. Sinds 2011 geldt voor de geluidsemissie van windturbines de Europese jaardosisnorm Lden. Bij het vaststellen van de hoogte van deze norm zijn uitgebreide onderzoeken naar hinderbeleving meegenomen. Naast een jaargemiddelde norm van Lden 47 dB, heeft de politiek besloten tot een extra norm voor de nacht van 41 dB (Lnight). Het geluidniveau van de winturbines is bescheiden in vergelijking met bijvoorbeeld verkeer en industrie. Het voldoen aan de normen betekent niet dat er geen hinder kan optreden. Ook onder de norm kan hinder en slaapverstoring optreden, bij voldoen aan de norm is nog steeds ongeveer 9% ernstig gehinderd.

 

Veroorzaken windmolens laagfrequent geluid en is dit gevaarlijk?
Bijna alle geluidbronnen produceren naast hoger frequent geluid ook laagfrequent geluid. ‘Gewoon’ geluid ligt meestal in het frequentiegebied tussen 400 en 2500 Herz (Hz). Laagfrequent is geluid met een frequentie beneden 100/125 Hz. Het is meestal mechanisch gegenereerd geluid. Het geluid van windmolens bestaat ook uit verschillende frequenties van geluid, waaronder laagfrequent geluid opgewekt door de rotor van een windturbine.

Overdracht door de grond vindt niet plaats, hetgeen blijkt uit nauwkeurige metingen van de trillingsniveaus in de bodem rond windturbines. Laagfrequent geluid wordt al meegenomen in de huidige regelgeving voor windturbines, die uitgaat van het hele geluidkarakter van windturbines. De Nederlandse norm geeft een mate van bescherming tegen laagfrequent geluid die vergelijkbaar is met de Deense norm. Laagfrequent geluid zou kunnen zorgen voor hinder en slaapverstoring. Ook hiervoor geldt dat er geen bewijs is voor gezondheidseffecten door laagfrequent geluid.

 

Is mijn huis nog verkoopbaar en hebben de windturbines effect op de waarde van mijn huis?
Huizen blijven verkoopbaar. Er is ook onderzoek gedaan naar de transacties van woningen in de nabijheid van windturbines (waaruit ook de verkoopbaarheid naar voren komt). Veranderingen in de omgeving kunnen van invloed zijn op de waarde van de woning. Denk aan nieuwbouw, een gewijzigd bestemmingsplan, of de bouw van (een) windturbine(s). De Rijksoverheid heeft onderzoek laten doen naar planschade en waardedaling van woningen in de omgeving van windturbines. Dit onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat in de praktijk de schade beperkt is.

Ook de Vrije Universiteit en Universiteit van Amsterdam hebben onderzoek gedaan naar dit onderwerp. Hieruit blijkt dat de plaatsing van een windmolen binnen een straal van twee kilometer van de woning kan zorgen voor een beperkt lagere woningprijs. De (mogelijke) daling ligt gemiddeld tussen de 1,4 en 2,3% ten opzichte van vergelijkbare woningen zonder windmolen in de buurt. Een tweede windmolen zorgt overigens niet voor een extra daling.

 

Wat is planschade?
Planschade is de schade die u lijdt doordat u in een planologisch nadeliger positie bent gekomen. Er wordt bijvoorbeeld in uw directe omgeving in afwijking van de bestemmingsplanregels een woonwijk, een snelweg, een brug of een windmolen gebouwd waardoor uw woning in waarde vermindert.

 

Hoe kan ik planschade verhalen?
De juridische grondslag voor planschade is artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening. De procedure voor het vragen van planschade, de schade zoals waardedaling van woningen (vanaf 2%), is gekoppeld aan de ruimtelijke besluitvorming (de vaststelling van het inpassingsplan en het bestemmingsplan). Op grond van deze besluitvorming wordt de realisatie van windmolens mogelijk gemaakt. Als dit tot planschade leidt, kan een planschadeverzoek worden ingediend bij de overheid die het besluit heeft genomen door middel van een schriftelijk verzoek. Voor de windmolens in Arnhem is de gemeente Arnhem hiervoor het aanspreekpunt. De definitieve planschade wordt door een onafhankelijk bureau, door de overheden te benoemen, vastgesteld nadat een verzoek om planschade is ingediend.

 

Wordt er rekening gehouden met opgetelde effecten van de windmolens?
In de onderzoeken wordt rekening gehouden met het totale effect van de opstellingen van windmolens. Dit wordt ook wel het cumulatieve effect genoemd. De effecten worden derhalve niet per windmolen bepaald maar, afhankelijk van het alternatief, van alle windmolens die in een alternatief zijn voorzien.